WEES

  “Wees niet bang”, zei je altijd tegen mij toen ik klein was en bezorgd de wereld in keek. Mijn wereld, evenzeer als de jouwe. Nu je er niet meer bent en mij onthand achterlaat, ben ik ontmoederd, Ben ik wees.         Bert...

Rouwen en missen

  Bij de logopedist las ik: “Slaap je niet dan lig je toch”. Het was een gedicht van een schrijver die wel een miljoen rouwvliegjes in haar buik droeg.   In taal komt de dood soms op kousenvoeten, dan weer stommelend van de...

Winterstilte

  De grond is wit, de nevel wit, De wolken, waar nog sneeuw in zit, Zijn wit, dat zacht vergrijzelt Het fijngetakt geboomte zit Met witten rijp beijzeld.   De wind houdt zich behoedzaam stil, Dat niet het minste takgetril ‘t Kristallen kunstwerk breke, De...

De Verwondering

  Ik sta op het strand en kijk naar een schip dat met volle zeilen richting de horizon vaart. Ik zie  het schip steeds kleiner en kleiner worden, totdat het verdwijnt achter de horizon, daar waar de lucht en zee samenkomen. Iemand naast me zucht en zegt:...

De gestorvene

Zeven maal om de aarde gaan, als het zou moeten op handen en voeten; zevenmaal om die ene te groeten die daar lachend te wachten zou staan. Zeven maal om de aarde te gaan. Zevenmaal over de zeeën te gaan, schraal in de kleren, wat zou het mij deren, kon ik uit de...