Gedichten

Vind troost in een gedicht

Gedichten zijn een mooie manier om het verlies van een dierbare te verwerken. Op deze pagina delen we diverse gedichten over o.a. de dood, verlies, verdriet, rouw en gemis.

OVERAL EN NERGENS

Ik ruik je in de linde,
ik ruik je in de rozen,
ik ruik je in de kamille,
in jasmijn en in frambozen.
Ik ruik je in het fluitenkruid
en in de berenklauw.
Overal en nergens ruik ik jou.
 
Ik proef je in de pruimen,
ik proef je in de bessen.
Ik proef je in de bron
als ik mijn dorst probeer te lessen.
Ik proef je in de druiven,
ik proef je in de dauw.
Overal en nergens proef ik jou.
 
Ik hoor je in de branding.
Ik hoor je in de meeuwen.
Ik hoor je in hun vleugelslag,
ik hoor je als ze schreeuwen.
Ik hoor je in de leeuwerik,
de merel en de kauw.
Overal en nergens hoor ik jou.
 
Ik voel je in de hagel,
ik voel je in de regen.
Ik voel je in het briesje
dat de blaadjes laat bewegen.
Ik voel je in de warmte,
ik voel je in de kou.
Overal en nergens voel ik jou.
 
Ik zie je in de beken,
ik zie je in de stenen.
Ik zie je in een berg
die door het maanlicht wordt beschenen.
Ik zie je in de hemel,
in het grijs en in het blauw,
Overal en nergens zie ik jou
 
 
 
Bette Westra
 

Poes Minoes

 

Als jij dood bent, poes Minoes,
dan nemen we geen kitten,
geen kat, die uit jouw bakje eet
en op jouw stoel gaat zitten.

Geen kater die jouw muizen vangt,
geen papagaai, geen vissen, 
geen hamsters en geen cavia’s,
geen tamme hagedissen.

We nemen geen kanariepiet,
geen goudvis en geen guppy.
Als jij dood bent poes Minoes,
dan mogen we een puppy!

 

Uit het boek “Doodgewoon” van Bette Westera
Een prachtige verzameling troostrijke gedichten voor jong en oud, schitterend geïllustreerd door Sylvia Weve en heel bijzonder vormgegeven.
Libris   â‚¬26,95
En te leen uit onze verzameling boeken op de 3de zondag van de maand.

 

Langzaam zie ik hen gaan……

 

Langzaam zie ik hen gaan
die ik nog bij mij had,
de bocht om van het pad.

Wat gouddoorschenen stof,
dan wordt het in het hof
nog stiller dan voorheen.

De liefsten: Een voor een.

 

Ida Gerhardt

ROUW

Alle normale dingen
zijn nu vreemd.
 
Alle gevoelens
zijn met jou gestorven.
 
Ik weet niet waar ik je moet vinden
of hoe ik moet voelen;
wanneer ik moet rusten.
Ik ben wakker als ik slaap,
ik ben slapend wakker.
 
Alles voelt rauw
nu ik rouw om jou.
 
 
 
Wendy Wanders
 
uit: Van missen krijg je het koud.
En wat rouw nog meer met je lijf doet.
Sandra Jongeneelen
Wouter van der Toorn
 

LENTEVREES

 
Onvoorspelbaar, hoe in vier weken
de wereld kan veranderen
en wij in verwarring naar buiten kijken.
Overspoeld door feiten waar we achteraan lopen
zonder te weten waarheen.
Hoe goed wij ook door de jaren heen
hebben geleerd de kop in het zand te steken.
Zelfs ondergronds dringt het nieuws tot ons door.
En worden wij wakker geschud door stilte.
 
Stilte in de straten, stilte in beelden,
waar wij naar kijken met andere ogen.
Die misschien weer opnieuw leren zien.
 
Tot zover het begin van deze lente
die ons voorkomt als het einde der tijden.
De rest van het leven om ons heen
fluit er maar op los, komt uit de knop en bloeit open.
Vogels leggen eieren, met een optimisme dat ons vreemd is.
De magnolia is gezegend, ze kan de krant niet lezen.
En de schaduw van de zwaluw stijgt boven zichzelf uit
en vliegt de zon tegemoet.
 
Maar onze nachten zijn stil.
De straten hebben hun stem verloren.
Wat anders kunnen wij, dan blijven dromen
en geloven in een overwinning op een tegenstander
die onzichtbaar is.
Maar eerst afstand nemen van alles om te weten
wat je mist, als het er niet meer is.
Dan is misschien, wat wij weer moeten leren,
Een nieuwe tijd ontdekken
door ons in onszelf te keren.
 
 
 
Naar aanleiding van de pandemie (ook een oorlog) in 2021
schreef Stef Bos dit gedicht
 

IK WEEF MIJN LEVEN

 

Ik weef de tranen in mijn leven
ik weef de trots in alle dagen
ik weef de pijn in zachte strengen
Ik weef jou, in alle dagen.
 
Wie je was, wie je zult blijven
hoe je kijkt en hoe je lacht
wat je gaf en wat ik je leerde
weven zal ik, alles wat je bracht.
 
Ik weef het missen, en het dragen
ik weef de liefde die is gebleven
ik weef jou met zorg en aandacht
in alle draden van mijn leven.
 
 
Floortje Agema
Uit het boek “Natril-tijd”
Riet Fiddelaers-Jaspers

HELDER

 
Zo helder, helderder
dan water, is de lucht
doorzichtig stil,
te dun om te trillen
en helemaal nieuw.
Nog niets erin
geen stof, geen vocht
geen rimpel
overal smelt het,
zwelt het, glimt het.
Nu gaan dingen
weer beginnen
te gebeuren;
het eind
van de winter.
En juist ook
tintelen stemmen
naar binnen
 
Judith Herzberg
Uit: Beemdgras

WEEROMSTUIT

Als je het mij vraagt, zeg ik graag
“We hebben het ergste wel gehad”.
Natuurlijk weet ik dat niet zeker.

Ik houd er ook van om te zeggen
dat het ergste nog moet komen,
juist in tijden van groot geluk.

Kom, we laten alles achter,
dagen dat je niemand sprak,
nachten dat je wakker lag:

Genoeg. We worden wakker
tussen duizend liedjes, nieuw
en klaar voor een beter jaar.

Ik droomde van een doolhof
waarin alle muren openzwaaiden
toen jij vroeg: “Mag ik eruit”

Dit wordt een jaar van de weeromstuit.

 
Ingmar Heytze